Restoring Confidence in Your Equipment

NEN 3140, de theorie

Wilt u weten wat deze norm voor u als werkgever, werknemer of als organisatie kan betekenen dan bent u hier op het juiste adres. U kunt hier terecht voor (algemene) informatie over de NEN 3140 en u kunt zich oriënteren op de betekenis van de NEN 3140 voor uw organisatie. Wij helpen u graag bij het implementeren van NEN3140 in uw organisatie. Vul hiervoor ons contactformulier in of bel met één van onze adviseurs.

  • In het kort
  • De NEN3140:2011 in het kort

    De NEN 3140 (laagspanning) is samen met de NEN 3840 (hoogspanning) de norm die in Nederland aangeeft hoe men veilig kan werken met elektrische installaties. De laatste versie van de norm is de NEN3140:2011.

    Voor alle organisaties is dit erg belangrijk omdat we tenslotte allemaal gebruik maken van elektrische installaties. Denk maar aan computers, faxen, printers, koffieautomaten, lampen, boormachines, etc. Uiteraard wilt u een zo’n veilig mogelijk arbeidsplaats voor u en uw werknemers creëren, bovendien bent u hiertoe verplicht (Arbo-wet). Dit kunt u realiseren door deze normen als richtlijn te gebruiken tot een veilige werkplek.

    Door uw elektrische installatie en arbeidsmiddelen te laten inspecteren door deskundigen op het gebied van de NEN 3140 kunt u erachter komen waar de knelpunten, m.b.t. arbeidsveiligheid, brandveiligheid, etc., van uw bedrijf zitten en wat u eraan kunt doen om deze te verbeteren.

    Ook als u of uw medewerkers werkzaamheden uitvoeren aan elektrische installaties heeft u te maken met de NEN 3140. Zij zullen veelal een cursus moeten volgen om ingedeeld te kunnen worden in een van de categorieën van de norm.

    Voor de vele mogelijkheden om uw bedrijf aan de NEN 3140 aan te passen of de NEN 3140 in te passen in uw bedrijfsvoering kunt u op deze site terecht. Wij helpen u uiteraard graag verder met de realisering van uw concrete doelen op het gebied van de NEN 3140.

  • Organisatie
  • Organisatie

    Elke elektrische installatie moet onder verantwoordelijkheid van één persoon worden geplaatst, de installatieverantwoordelijke.

    • De installatieverantwoordelijke zorgt ervoor dat de wijze van toegangsregeling en –controle in orde is en zorgt ervoor dat voor de toegang tot alle ruimten waar voor leken een gevarenbron aanwezig is, regels zijn opgesteld.
    • Alle werkzaamheden behoren tot de verantwoordelijkheid van de werkverantwoordelijke.
    • De werkverantwoordelijke en de installatieverantwoordelijke moeten beiden instemmen met zowel de configuratie van de elektrische installatie om de werkzaamheden te kunnen laten beginnen als met een beschrijving van de werkzaamheden aan, met of nabij de elektrische installatie voordat wijzigingen aan de configuratie van de elektrische installatie worden doorgevoerd of werkzaamheden worden uitgevoerd.
    • De voorbereiding van gecompliceerde werkzaamheden moet schriftelijk plaatsvinden.
    • Voor personeel wat werkt in aan, met of nabij een elektrische installaties moet een bepaald aantal van hen zodanig geoefend zijn dat zij in staat zijn de juiste eerste hulp te verlenen bij directe aanraking of verbranding.
    • Voor personeel wat weigert een opdracht op te volgen om veiligheidsredenen, moet in de gelegenheid worden gesteld zijn bezwaren kenbaar te maken bij de werkverantwoordelijke. Deze moet de situatie onderzoeken.

    Communicatie

    • Voordat met werkzaamheden wordt begonnen, moet de installatieverantwoordelijke over de voorgenomen werkzaamheden worden geïnformeerd.
    • Voor een veilige bedrijfsvoering van de elektrische installatie moet alle noodzakelijke informatie door een mededeling worden overgebracht.
    • Alle mededelingen moeten worden voorzien van de naam van de persoon die de informatie verschaft en eventueel de plaats waar deze zich bevindt.
    • Als informatie mondeling wordt overgebracht moet ter bevestiging de boodschap door de verzender worden herhaald.
    • Toestemming om met de werkzaamheden te beginnen en de elektrische installatie na voltooide werkzaamheden weer in te schakelen, mag niet worden gegeven door signalen of op grond van een vooraf afgesproken tijdsverloop.
       

    Werkplek

    • De werkplek moet duidelijk zijn bepaald en worden gemarkeerd.
    • Bij alle delen van de elektrische installatie waaraan, waarmee of in de nabijheid waarvan werkzaamheden worden verricht, moet voldoende ruimte zijn om te kunnen werken. Ook dient men te zorgen voor een goede toegang en voldoende verlichting.
    • Er moeten geschikte voorzorgsmaatregelen worden getroffen ter voorkoming van letsel van personen door andere mogelijke gevaren, zoals door mechanische systemen of druksystemen of de kans op vallen.
    • Voorwerpen die de toegang belemmeren en/of brandbare materialen mogen niet naast of op de toegangswegen naar en ontsnappingsroutes van schakelmateriaal zijn geplaatst. Evenmin mag de op plaatsen waar het personeel met het materiaal moet werken.
    • Op plaatsen waar vlambogen kunnen ontstaan, mogen zich geen brandbare materialen bevinden.

    Gereedschappen, hulpmiddelen en beschermingsmiddelen

    • Gereedschappen, hulpmiddelen en (persoonlijke) beschermingsmiddelen moeten voldoen aan de eisen van de desbetreffende Europese of nationale of internationale normen.
    • Het gebruik van bovenstaande middelen moet in overeenstemming gebeuren met de aanwijzingen of richtlijnen van de fabrikant of leverancier.
    • Ook moeten deze middelen op de juiste manier worden gebruikt waarvoor zij zijn bestemd en zo worden onderhouden dat ze geschikt zijn voor die toepassing.
    • Alle speciale gereedschappen, hulpmiddelen en beschermingsmiddelen die worden gebruikt dienen deugdelijk te worden opgeborgen.
  • Personeel
  • Personeel

    • De verantwoordelijkheden die het personeel heeft met betrekking tot veiligheid, moet in overeenstemming zijn met de nationale wetgeving.
    • Alle personeel dat wordt betrokken bij werkzaamheden aan, met of nabij elektrische installaties, moet zijn geïnstrueerd over de veiligheidseisen, veiligheidsregels en bedrijfsvoorschriften zoals die gelden voor de werkzaamheden.
    • Het personeel moet geschikte kleding dragen, die nauw aan het lichaam aansluit.
    • De werkverantwoordelijke moet alle personen die bij de werkzaamheden zijn betrokken, instrueren over eventuele bijzondere gevaren die zij niet hadden kunnen herkennen.
    • Zonder technische kennis of ervaring mag personeel niet werkzaamheden uitvoeren waarvoor ter voorkoming van elektrisch gevaar of letsel technische kennis of ervaring noodzakelijk is.
    • Voordat met de werkzaamheden wordt begonnen, moet de complexheid ervan worden beoordeeld, zodat de juiste persoon kan worden gekozen om de werkzaamheden uit te voeren.
    • Het personeel moet schriftelijk worden aangewezen in een categorie als genoemd in de norm.
    • Indien werkzaamheden met in- of uitleenkrachten wordt gerealiseerd, moeten beide werkgevers afspreken maken over de aanwijzing.
    • De aangewezen personen moeten kennis hebben van de elektriciteit en de gevaren daarvan. Hiervoor is een specifieke cursus noodzakelijk die ingaat op de gevaren van het werken met elektriciteit.
  • Procedures
  • Procedures

    Voor alle werkzaamheden moet een plan worden opgesteld. De installatie- en de werkverantwoordelijke moeten voor aanvang van de werkzaamheden het personeel uitvoerige aanwijzingen geven. Voor aanvang van de werkzaamheden dient de werkverantwoordelijke de installatieverantwoordelijke te informeren over de aard, de plaats en de gevolgen van de voorgenomen werkzaamheden aan de elektrische installatie. Deze informatie dient bij voorkeur schriftelijk te worden verstrekt, vooral bij gecompliceerde werkzaamheden. Alleen de installatieverantwoordelijke mag toestemming geven om met de werkzaamheden te beginnen.

    Bij werkzaamheden wordt onderscheid gemaakt in drie werkmethoden:

    1. Spanningsloos werken
    2. Onder spanning werken
    3. In de nabijheid van actieve delen werken

    Voor al deze werkmethoden zijn procedures opgesteld die tot doel hebben beschermende maatregelen te nemen die aanraking van actieve delen voorkomen evenals het veroorzaken van kortsluiting en/of vlambogen. Ook onderhoudsprocedures moeten door de installatieverantwoordelijke zijn goedgekeurd. Aan het eind van onderhoudswerkzaamheden moet de installatie worden overgedragen aan de installatieverantwoordelijke waarbij tevens de status van de elektrische installatie moet worden medegedeeld.

    Ook na werkzaamheden aan de elektrische installatie dient aan de installatieverantwoordelijke te worden medegedeeld dat de installatie gereed is voor wederinschakeling. Bij onderbreking van de werkzaamheden dienen passende veiligheidsmaatregelen te worden getroffen.

    Afbeelding: procedures nen3140
  • Tekeningen
  • Tekeningen

    Van installaties, waarin meer dan één schakel- en verdeelinrichting voorkomt, moeten een duidelijk en zoveel mogelijk bijgewerkt grondschema van de hoofdstroomverdeling en een installatieschema aanwezig zijn. Voor eenvoudige installaties kan worden volstaan met alleen een grondschema.

    Grondschema
    Een schema dat zo eenvoudig mogelijk de samenstelling en globaal de werking van de installatie verklaart. In grondschema's worden installaties, uitrustingen of onderdelen daarvan in hun functioneel verband voorgesteld door symbolen, rechthoeken of andere figuren zonder dat alle verbindingen behoeven te worden aangegeven.

    Stroomkringschema 
    Een schema dat nauwkeurig de werking van de installatie verklaart. De installatie, uitrusting of onderdelen daarvan, met hun onderlinge verbindingen die op de werking betrekking hebben, worden door symbolen weergegeven.

    Installatieschema
    Een schema dat gemakkelijk leesbaar een overzicht van de installatie of van een deel daarvan geeft.

    Installatietekening
    Een opstellingstekening die de plaats van onderdelen van een installatie en hun verbindingen weergeeft.

  • Inspecties
  • Inspectiefrequentie

    Om de kans op brand, elektrische schok en uitval te verlagen dienen zowel de vaste elektrische installaties als elektrische apparaten periodiek te worden geïnspecteerd door een deskundig persoon of bedrijf. De frequentie waarmee de elektrische installatie geïnspecteerd kan worden komt hier aan de orde.

    De frequentie wordt bepaald aan de hand van zes factoren die in onderstaande tabel worden behandeld. Hierna kan in de grafiek de frequentie worden afgelezen. Deze methodiek is een normatieve bijlage (bijlage I), Het bepalen van de tijd tussen twee opeenvolgende inspecties van elektrische installaties) van de NEN 3140:2011.

    "De tijd tussen twee opeenvolgende inspecties van elektrische installaties wordt bepaald door:
    A) de leeftijd van de installatie;
    B) de kwaliteit van de installatie;
    C) de omgevingsomstandigheden;
    D) de personen die de installatie gebruiken
    E) de mate van toezicht door een installatieverantwoordelijke;
    F) de richtlijnen van de fabrikanten van het elektrisch materieel."

  • Aanwijzing
  • Aanwijzingsformulier

    Personeel dat werkzaamheden aan of met de elektrische installatie uitvoerd moet schriftelijk worden aangewezen in een categorie als genoemd in de norm. Categorieën zijn IV, WV, VP en VOP. Zie onderstaand voor een algemeen voorbeeld aanwijsformulier (of aanwijsbrief) voor voldoende onderrichte personen.

    Het is niet voldoende om met een formulier de aanwijzing te regelen. De persoon die aanwijst moet ervan overtuigd zijn dat de persoon die wordt aangewezen aan de voorwaarden voldoet. Ook de persoon die wordt aangewezen moet ervan overtuigd zijn dat hij aan de voorwaarden voldoet en dat hij de noodzakelijke bevoegdheden en middelen ter beschikking heeft gekregen.

    Voorbeeld aanwijzingsformulier

    Aanwijzing als bedoeld in art. 31 Arbo-wet en bepaling 4.2.101 NEN 3140

    Naam:
    Functie:
    Afdeling:
    Geboortedatum:

    Wordt met ingang van dag / maand / jaar door ondergetekende aangewezen als

    VOLDOEND ONDERRICHT PERSOON

    in het kader van de NEN 3140:2011

    Deze aanwijzing is geldig tot dag / maand / jaar

    Deze aanwijzing geldt voor:

    • Het resetten van thermische beveiligingen volgens procedure 1;
    • Het vervangen van zekeringen volgens procedure 2;
    • Het aan- en afkoppelen van elektromotoren volgens procedure 3.

    De aangewezene verklaart:

    • Instructie te hebben ontvangen over het veilig werken aan elektrische installaties conform NEN 3140;
    • Instructie te hebben ontvangen over de toepassing van procedure 1, 2 en 3;
    • Een "Syllabus NEN 3140" te hebben ontvangen.

    De directeur verklaart dat de aangewezene de beschikking heeft over de gereedschappen, hulpmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van bovenstaande werkzaamheden.

    Plaats: vestigingsplaats bedrijf

    Datum: dag maand jaar

    Naam bedrijf


    Naam directeur                                                     Naam werknemer

     

     

  • Wetgeving
  • Relatie met de wet

    HET ARBO-BESLUIT OVER DE NEN 3140

    Artikel 3.4 Elektrische installaties

    Elektrische installaties zijn zodanig ontworpen, ingericht, aangelegd, onderhouden en gekenmerkt, dat een veilig gebruik van elektriciteit zo goed mogelijk is gewaarborgd. Hiertoe zijn de nodige voorzieningen en beschermingsmaatregelen aangebracht, waaronder worden begrepen beveiligings-, meet-, controle- en signaleringstoestellen alsmede aarders, schakelaars, scheiders en contactdozen. Daarbij is rekening gehouden met bijzondere eisen die kunnen voortkomen uit de wijze van het gebruik, de gebruiksomstandigheden en de te verwachten uitwendige invloeden.
    In een elektrische installatie zijn doeltreffende maatregelen genomen tegen het gevaar van brand, ontploffing, directe en indirecte aanraking en te dichte nadering.
    Van iedere elektrische installatie zijn duidelijke, steeds bijgewerkte schema's beschikbaar alsmede alle overige gegevens die nodig zijn voor een veilig gebruik van de elektrische installatie.
    Het derde lid is niet van toepassing op elektrische installaties voor laagspanning van beperkte omvang.

    Artikel 3.5 Elektrotechnische, bedienings- en andere werkzaamheden aan of nabij een elektrische installatie

    Elektrotechnische werkzaamheden en bedieningswerkzaamheden die gevaren kunnen opleveren, worden door deskundige, voldoend onderrichte en daartoe bevoegde werknemers uitgevoerd.
    Een ruimte waarin zich een elektrische installatie voor hoogspanning bevindt waarvan de delen niet of onvoldoende zijn beschermd tegen directe of indirecte aanraking dan wel te dichte nadering, wordt slechts betreden in aanwezigheid van een tweede daartoe bevoegd persoon.
    Werkzaamheden aan of in de nabijheid van een elektrische installatie worden slechts uitgevoerd, indien de installatie of het gedeelte waaraan of in de nabijheid waarvan wordt gewerkt, spanningloos is.
    In aanvulling op het derde lid zijn door de daartoe bevoegde werknemer tevens doeltreffende maatregelen genomen om een gevaarloos verloop van die werkzaamheden te waarborgen.
    Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing op werkzaamheden die worden verricht aan of in de nabijheid van een elektrische installatie voor laagspanning, indien: 
    a. de dringende noodzaak van het onder spanning uitvoeren van die werkzaamheden is aangetoond;
    b. tot het uitvoeren van die werkzaamheden door de daartoe bevoegde werknemer uitdrukkelijk opdracht is gegeven, en
    c. de installatie tevens geschikt is voor het onder spanning uitvoeren van die werkzaamheden en door de daartoe bevoegde werknemer doeltreffende maatregelen zijn genomen om de aan die werkzaamheden verbonden gevaren te voorkomen.
    6. Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing op werkzaamheden die worden uitgevoerd aan of in de nabijheid van een elektrische installatie voor hoogspanning, bestaande uit:
    a. het nemen en opheffen van veiligheidsmaatregelen, waaronder begrepen het met geschikt materieel knippen of schieten van kabels;
    b. het uitvoeren van metingen en beproevingen, of
    c. het reinigen van elektrisch materieel.
    Werkzaamheden bestaande uit het reinigen van elektrisch materieel in een elektrische installatie voor hoogspanning als bedoeld in het zesde lid, onder c, worden slechts uitgevoerd, indien:
    a. tot het uitvoeren van die werkzaamheden door de daartoe bevoegde werknemer uitdrukkelijk opdracht is gegeven;
    b. gebruik wordt gemaakt van de voor deze werkzaamheden geschikte reinigings- en arbeidsmiddelen, en
    c. de werknemers zich met de arbeidsmiddelen waarmee zij fysiek in contact staan, niet behoeven te begeven in de gevarenzone van de installatie of delen daarvan die onder spanning staan.

    Normen als invulling van de wet

    De normen NEN 1010, NEN 1041, NEN 3134 en NEN 3410 zijn de meest essentiële normen, die gehanteerd worden bij de inrichting van arbeidsplaatsen en het veilig gebruik van elektriciteit. De normen zijn door de Energiedistributiebedrijven opgenomen in hun aansluitvoorwaarden in verband met de levering van elektrische energie. Ook in de Woningwet i.c. het Bouwbesluit wordt gerefereerd aan vorengenoemde normen in verband met het ontwerp en de uitvoering van de elektrische installatie van bedrijfsgebouwen en overige niet voor bewoning bestemde gebouwen. NEN 5237 bevat bepalingen voor de installatie, het gebruik en de inspectie van bedrijfsmatig toegepaste schrikdraadinstallaties.

    NEN-EN 50110-1 is een Europese norm op het terrein van bedrijfsvoering van zowel de elektrische hoog- als laagspanningsinstallaties. Deze norm is afgestemd op het gemiddelde beschermingsniveau van de bij het Europese Normalisatie Instituut Cenelec aangesloten landen. Uitvoering van deze norm zou onder meer voor Nederland een versoepeling betekenen in de bedrijfsvoering van elektrische installaties. In het kader van de arbeidsomstandigheden is dit een ongewenste situatie en er is gebruik gemaakt van de mogelijkheid om aanvullende voorschriften te notificeren bij Cenelec. Alle door de verschillende landen genotificeerde aanvullende voorschriften zijn opgenomen in een afzonderlijke Europese norm, te weten NEN-EN 50110-2; nadrukkelijk wordt dan ook verwezen naar de voor Nederland geldende aanvullende voorschriften met een hogere prioriteit, welke in deze norm zijn opgenomen.

    NEN 3140 bevat bepalingen omtrent de organisatie van werkzaamheden aan of in de onmiddellijke omgeving van elektrische laagspanningsinstallaties. De norm is onderverdeeld in vier secties, die onderling een nauwe samenhang hebben.

    NEN 3140 was voorheen ook genoemd in een beleidsregel op basis van artikel 3.5 van het Arbobesluit waarin werkzaamheden en bedieningswerkzaamheden geregeld zijn, die aan en in de nabijheid van elektrische installaties worden verricht.

    Met het vervallen van de beleidsregels is de grondslag van de verplichtende werking van de NEN 3140 echter niet vervallen: zowel de handhavers van de overheid (inspectie SZW, voorheen Arbeidsinspectie) als verzekeraars houden de voorschriften uit de NEN3140:2011 aan bij handhaving. en contractvorming. De NEN3140 wordt ook in een groot aantal Arbocatalogi genoemd.

    De norm NEN 3840 is speciaal ontwikkeld voor de bedrijfsvoering van elektrische hoogspannings-installaties. Met de aanwijziging van deze norm zijn de verwijzigingen naar de Bedrijfsinstructie ten aanzien van de hoogspanningsaanleg B.I.H. 1976 en de NEN 1041, komen te vervallen.

  • NEN3140 in English
  • NEN3140 explained in English

    As an increasing number of non-Dutch speaking people perform electro-technical work in the Netherlands we composed a short introduction to NEN 3140 in English.

    The NEN3140:2011 "Operation of electrical installations - Low voltage" (Dutch: "Bedrijfsvoering van elektrische installaties - Laagspanning") is the Dutch implementation of the European standard EN50110-1. The NEN3140 is a partial translation of the EN50110-1:2005 and builds on that with a number of Netherlands specific rules.

    The standard applies to all electrical systems with a nominal voltage of up to 1000 VAC or 1500 VDC. Higher voltage are covered in the standard NEN3840:2011 "Bedrijfsvoering van elektrische installaties - Hoogspanning".

    Electrical systems are defined by the standard as all the equipment used to generate, transport, convert, distribute and use electrical energy. This includes stored energy in batteries and capacitors.

    The standard discusses both the daily operational side of electrical systems and the maintenance site of electrical systems. Inspections on installations and equipment are an important part of the standard.

    Before receiving their assignment letter employees who work on- or with electrical installations in the Netherlands require instruction according to the Dutch standard NEN3140 "Operation of electrical installations - Low voltage".

    Additionally all electrical installations require a “Responsible for the Installation” (Installatieverantwoordelijke) and work on installations will be managed by a “Responsible for the Working” (Werkverantwoordelijke). These persons also require an assignment letter.

    See the page NEN3140 Electrical Safety Training in English for more information.