NEN 3140 Overzicht

Electrical Inspection

Een NEN 3140 keuring is een keuring die, zoals de naam al aangeeft, uitgevoerd wordt volgens de norm NEN 3140. In deze norm is beschreven hoe deze inspectie kan worden uitgevoerd, wie dit mag doen, wat moet worden beoordeeld en getoetst.

Een goed uitgevoerde keuring bestaat uit een visuele inspectie van de installatie en de verdelers in de ruimten. Daarnaast worden metingen uitgevoerd die belangrijk zijn voor de veiligheid. AREPA Inspexx gebruikt hierbij altijd thermografie ter ondersteuning.




Aanwijzing en verantwoordelijke (installatie verantwoordelijke)

»

Werkzaamheden behoren te worden uitgevoerd door opgeleide (instructie) en bevoegde (aanwijsbeleid) personen. Ter voorkoming van elektrisch gevaar mogen werkzaamheden aan de elektrische installatie alleen worden uitgevoerd door personen die over voldoende kennis en ervaring beschikken. Op basis van deze voorwaarden behoren zij een schriftelijke aanwijzing te ontvangen door of namens de hoogste arbo-verantwoordelijke in de organisatie.

Naast de bij Policies and Procedures beschreven Installatie- en Werkverantwoordelijke zijn de volgende twee aanwijzingen mogelijk:

Vakbekwaam Persoon (VP)

Een persoon aangewezen en met een relevante opleiding en ervaring voor de door hem uit te voeren werkzaamheden waardoor hij in staat is gevaren veroorzaakt door elektriciteit te onderkennen en voorkomen.

Voldoende Onderricht Persoon (VOP)

Een persoon aangewezen en voldoende geïnstrueerd voor specifieke taken, werkzaamheden en het gebruik van elektrische arbeidsmiddelen waardoor hij in staat is gevaren veroorzaakt door elektriciteit te onderkennen en voorkomen.

Alle personen die geen geldige IV, WV, VP of VOP aanwijzing hebben zijn leek en mogen geen werkzaamheden met of nabij elektrische installaties of elektrische arbeidsmiddelen uitvoeren.

Ook tijdelijke medewerkers, inleners en uitzendkrachten vallen onder de verantwoordelijkheid van de inlenende partij en behoren te worden aangewezen.  Alleen bij volledige uitbesteding van de werkzaamheden is dit een verantwoordelijkheid van de aannemende partij.

Certificaat Vakbekwaam Persoon

Instructie

In bijlage D van de NEN 3140 is een volledige procedure opgenomen om personen aan te wijzen. In deze procedure zal per persoon worden ingeschat of de elektrotechnische vakkennis, ervaring, inzicht in gevaren en situatie adequaat is om veilig werkzaamheden uit te voeren.

Personen dienen instructie te ontvangen over de elektrische gevaren, NEN 3140 en de bij de organisatie geldende (werk-)procedures. Het is aan te raden om deze instructie te laten aansluiten op de feitelijke werkzaamheden en dit te doen in overleg met de opleider.

De norm geeft aan dat instructie (of training) periodiek moet worden herhaalt. Voor het bepalen van de instructietermijnis bijlage E van de NEN 3140 beschikbaar waarbij factoren zoals werkomstandigheden, ervaring en toezicht een rol spelen.

Instructie moet aansluiten op de medewerker. Bij medewerkers die de Nederlandse taal niet (voldoende) machtig zijn is het aan te raden om bijvoorbeeld een NEN 3140 training in het Engels te verzorgen.

Het borgen van het aanwijsbeleid

Het is raadzaam om een opleidingsplan voor de NEN 3140 trainingen op te stellen. Dit kan een onderdeel zijn van het handboek.

In dit opleidingsplan kan per categorie aan te wijzen personen een instructietermijn worden aangegeven. Onderstaande matrix is een praktisch voorbeeld zoals toegepast bij een voedingsmiddelenfabriek:

Aanwijzing Instructiefrequentie Korte toolbox elektrische veiligheid* Training VOP / VP Training IV / WV
VOP-A jaarlijks x    
VOP-B 2 jaar x x  
VP 2 jaar   x  
IV 3 jaar     x
WV 3 jaar     x

*Deze toolbox is gericht op het bewust maken van personen over de mogelijke elektrische gevaren bij de productiemachines. De aanwijzing VOP-A geeft alleen de bevoegdheid om aan een machine te mogen werken.

Gekoppeld aan het opleidingsplan is verder een overzicht waarin afspraken staan over de werkzaamheden die men met een bepaalde aanwijzing uit mag voeren. Hieronder een gedeelte van deze matrix:

Aanwijzing Procedure 1* Procedure 1* Installaties veilig stellen* Meten aan installaties etc. etc.
VOP-A x        
VOP-B x x      
VP x x x x  
IV x x x x  
WV x x x x  

*Voor deze werkmethoden behoren (onderhouds-) procedures te worden opgesteld die tot doel hebben op een veilige, en voor de aangewezen persoon duidelijke, wijze de werkzaamheden uit te kunnen voeren.

Met bovenstaande informatie kunnen de aanwijzingen van individuele medewerkers nu overzichtelijk in een tabel worden bijgehouden:

Medewerker VOP-A VOP-B VP IV WV
Persoon 01 x        
Persoon 02 x        
Persoon 03     x    
etc. etc.          


Inspectiemethoden en voorbeelden

»

Inspectiemethodieken

Informatie over diverse aan de NEN 3140 gelieerde inspectiemethodieken, NTA 8220, VIER.

Inspectie volgens NEN 3140

Het doel van NEN 3140 inspecties is het bepalen of elektrische installaties voldoen aan de in normen omschreven technische voorschriften en veiligheidsvoorschriften. Minimaal is dat de norm (bijvoorbeeld NEN 1010 en NEN-EN 60204-1) van het jaar van aanleg van de installatie maar vaak zal dit een nieuwere versie van een norm zijn.

Een volledige NEN 3140 inspectie op elektrische installaties is een gedegen proces op basis van een inspectieplan en uitgevoerd door vakbekwame inspecteurs. De inspectie is een combinatie van visuele schouwingen, metingen en/of beproevingen. Inspecties worden in de regel uitgevoerd aan de hand van specificaties en tekeningen van de elektrische installatie.

Inspectieresultaten behoren in een rapportage te worden opgenomen zodat maatregelen kunnen worden genomen om afwijkingen te herstellen. In de rapportage worden verder gegevens over de inspecteur, meetapparatuur en omvang van inspectie / installatie opgenomen.

Kwaliteitsborging

De inspectiemarkt in Nederland is open. Het is voor de eigenaar van een installatie erg moeilijk om te bepalen of een inspectiebedrijf (of installateur, of individuele inspecteur) vakbekwaam is. In het verleden is hierom door de markt zelf het Certificaat van Toezicht (CvT) in het leven geroepen. Recent is dit vervangen door kwaliteitsborging volgens het SCIOS systeem. Binnen dit systeem worden zowel inspecteur als inspectiebedrijf geaudit door een onafhankelijke organisatie.

SCIOS-certificatie is bedoeld voor installatie- en inspectiebedrijven die inspecties uitvoeren aan technische installaties, waaronder elektrische installaties en arbeidsmiddelen. Voor de inspectie van elektrische installaties en arbeidsmiddelen is de SCIOS regeling niet een inspectiemethode op zich, maar een kwaliteitsborging van de eisen uit de NEN 3140.

  • SCIOS Scope 8: Elektrische Installaties
  • SCIOS Scope 9: Elektrische Arbeidsmiddelen
  • SCIOS Scope 10: Brandveiligheidsinspecties NTA 8220

Wanneer een installatie-eigenaar een bedrijf met SCIOS-certificaat selecteert voor het uitvoeren van inspectiewerkzaamheden heeft het de zekerheid dat de inspectie met betrekking tot de veilige bedrijfsvoering van de installatie voldoet aan de NEN 3140.

Afwijkende inspectiemethodieken

De NEN 3140 inspectie van installaties en machines is een goed doordachte methodiek gericht op veiligheid van personen en installaties. De laatste jaren komen er echter steeds meer afwijkende inspectiemethodieken in zwang. Vaak is hier de gedachte om met 20 procent van de inspectietijd toch nog 80 procent van de risico's op te sporen.

VIER - "Verzekerings Inspectie Elektrotechnische Risico’s"

De erkenningsregeling VIER is in samenwerking met het Verbond van Verzekeraars ontwikkeld. VIER beoogt de brandrisico’s, verbonden aan elektrotechnische installaties en arbeidsmiddelen in het MKB te reduceren en daarmee de brandschade aan bedrijven te beperken.

De kenmerken van de VIER-erkenningsregeling zijn:

  1. Reduceert risico’s in relatie tot brandgevaar, aanrakingsgevaar en bedrijfscontinuïteit;
  2. Borgt de inspectiemethodiek, de vakbekwaamheid, het rapportageformat en de follow-up;
  3. Voorziet in de communicatie tussen de verzekerde, diens (huis)installateur en verzekeraar;
  4. Beheerd door iKeur en tevens voor niet i-Keurleden toegankelijk.

De belangrijkste punten, de vier pijlers, van VIER zijn:

  1. Inspectiemethode is gericht op inspectie én bewustwording;
  2. Vakbekwame, gecertificeerde, inspecteurs;
  3. Standaard en helder rapportageformat;
  4. Een follow-up met adviezen, aanbevelingen en uiteindelijk een bewijst dat de gebreken zijn hersteld.

De VIER methodiek is grotendeels een afgeleide van de NEN 3140 inspectie methodiek. Het is echter geen vervanger van deze methodiek.

NTA 8220 voor brandinspecties

De Nederlandse Technische Afspraak (NTA) 8220:2016 - Beoordelingsmethode op brandrisico’s van elektrisch materieel is een nieuwe methodiek die zich puur richt op de brandrisico’s bij elektrische installaties. Het is een doorontwikkeling van de VIER methodiek. De borging van de kwaliteit is op basis van een certificering (voor bedrijven en inspecteurs) onder de SCIOS methodiek, Scope 10.

Verwachting is dat uiteindelijk de meerderheid van de brandverzekeraars een brandinspectie volgens deze NTA 8220 als voorwaarde stellen.

Thermografie inspecties

Thermografie is een snelle, contactloze meetmethode waarbij men de temperatuur van elektrische installaties en machines zichtbaar kan maken. Thermografie inspecties zijn geen verplichting vanuit NEN 3140 maar worden wel vaak opgenomen in het preventieve onderhoudsschema. Tijdens de inspecties hebben de meeste inspecteurs wel de beschikking over een thermografiecamera om zo nodig steeksproefgewijs opnamen te maken.

Thermografiecamera's zijn uitgerust met een optiek voor infrarood en een detector die de golflengte analyseert. Het resultaat is een thermogram: een visuele weergave van de aanwezige temperaturen.

In elektrische installaties is verhitting vaak een indicator voor aanstaand falen. Bijvoorbeeld door een loszittend contact (overgangsweerstand) of te hoge belasting (te veel apparaten).

Bepalen van de instructiefrequentie

Instructiefrequentie

Volgens de NEN 3140 hoort de instructie periodiek te worden herhaalt. Het is aan te raden om dit per categorie aangewezen persoon uit te voeren en vast te leggen.

Voor het bepalen van de tijd tussen twee opeenvolgende instructie geeft de norm in bijlage E een handvat. De volgende factoren worden hierbij in acht genomen:

  • A. Ervaring van de personen
  • B. Aard van de werkzaamheden
  • C. Frequentie waarmee de werkzaamheden worden uitgevoerd
  • D. Werkomstandigheden
  • E. Omgeving van de werkplek
  • F. Mate van toezicht
  • G. Mate van verandering van de werkzaamheden
  • H. Ervaring met betrekking tot (bijna) ongevallen
Zie voor de volledige versie NEN 3140, bijlage E.
NEN 3140 Figuur E1.

Uitvoeren van de methodiek

Elke factor krijgt een getalsweging (de rechter kolom). Met alle factoren opgeteld kan dan een instructietermijn worden afgelezen uit figuur E1.

Enkele voorbeelden van veel voorkomende instructietermijnen zijn:

  • 40 punten (twee jaar)
  • 30 punten (twee en een half jaar)
  • 20 punten (drie jaar)

 

De factoren en getalswegingen

A. Ervaring van de personen

Veel 0
Weinig 10

 

B. Aard van de werkzaamheden

Eenvoudig 0
Gemiddeld 5
Complex 10

 

C. Frequentie waarmee de werkzaamheden worden uitgevoerd

Zelden 5
Regelmatig 0
Vaak 5

 

D. Werkomstandigheden

Volledig spanningsloos. 0
Regelmatig in de nabijheid van actieve delen. 5
Zo nu en dan onder spanning werken. 10

 

E. Omgeving van de werkplek

Overzichtelijk en met weinig gevaren. 0
Onoverzichtelijk of met veel gevaren. 10

 

F. Mate van toezicht

Zelden 10
Regelmatig 5
Voortdurend 0

 

G. Mate van verandering van de werkzaamheden

Weinig 5
Regelmatig 0

 

H. Ervaring met betrekking tot (bijna) ongevallen

Er is geen betrouwbare informatie beschikbaar. 10
Er is geen sprake van ernstige (bijna) ongevallen. 0
Er hebben één of meer ernstige (bijna) ongevallen plaatsgevonden. 10

 

Voorbeelden

Het doel van inspecties is het bepalen of elektrische installaties of arbeidsmiddelen voldoen aan de technische voorschriften en veiligheidsvoorschriften, zoals omschreven in de van toepassing zijnde normen.

Inspectie & toezicht

Om de kans op brand, elektrische schok en uitval te verlagen dienen zowel de vaste elektrische installaties als elektrische apparaten periodiek te worden geïnspecteerd door een deskundig persoon of bedrijf.

Het doel van inspecties is het bepalen of elektrische installaties of arbeidsmiddelen voldoen aan de technische voorschriften en veiligheidsvoorschriften, zoals omschreven in de van toepassing zijnde normen.

Nieuwe elektrische installaties (en wijzigingen en uitbreidingen van bestaande installaties) moeten worden geïnspecteerd voordat deze in bedrijf worden genomen. Deze opleveringsinspectie NEN 1010 staat beschreven in deel 6 van de NEN 1010 (de norm voor elektrotechnische laagspanningsinstallaties in woningen, gebouwen en infrastructuur).

Voor de periodieke inspecties is geen algemene vaste interval voorgeschreven aangezien er veel verschillen bestaan tussen installaties. De interval is afhankelijk van diverse factoren zoals leeftijd, gebruik en toezicht. Bijlage I (installaties) en bijlage K (arbeidsmiddelen) bevatten methodieken om de inspectietermijn te bepalen.

Om overzicht te houden op zowel de werkzaamheden als de installaties (waaronder het gebruik van verplaatsbare middelen) moet een systeem van (periodiek) toezicht worden ingevoerd.

Thermografie foto van een D-patroon (schroefzekering).
Thermografie foto van een D-patroon.

Inspecties aan gebouwgebonden installaties en grote machines

Inspecties worden uitgevoerd op basis van een inspectieplan dat voldoet aan hoofdstuk 5.101 van de NEN 3140. De inspecties worden uitgevoerd aan de hand van elektrotechnische tekeningen en specificaties. Inspecties zijn een combinatie van:

  • Visuele inspecties
  • Metingen en / of beproevingen

Het maken van thermografische opnamen (warmtebeelden) is geen verplichting. Thermografie kan wel een waardevolle toevoeging zijn op visuele inspecties, metingen en beproevingen.

Bij gebreken die een onmiddellijk gevaar vormen dienen direct acties te worden ondernomen. Bijvoorbeeld door het uitschakelen (veiligstellen) van de installaties.

Resultaten van de inspectie worden vastgelegd in een rapportage. Afwijkingen (gevaren) worden in de regel beschreven in drie risico categorieën (A, B, C of 1, 2, 3) zodat passende maatregelen (reparaties) kunnen worden genomen op basis van een prioriteitenlijst.

Inspecties dienen te worden uitgevoerd door een ten minste Vakbekwaam Persoon deskundig in het inspecteren van gelijksoortige installaties. In de meeste gevallen zal dit een medewerker van een gespecialiseerd inspectiebedrijf zijn. Vaak gecertificeerd onder SCIOS.

Naast de NEN 3140 inspectiemethodiek zijn er ook enkele afgeleide methodieken in zwang. Bijvoorbeeld de NTA 8220 en VIER regelingen.

Een beschadigde haspel. Visuele afkeur.
Een beschadigde haspel. Visuele afkeur.

Inspecties aan arbeidsmiddelen en gereedschappen

Inspecties worden uitgevoerd op basis van een inspectieplan dat voldoet aan hoofdstuk 5.102 van de NEN 3140. Inspecties zijn een combinatie van:

  • Visuele inspecties
  • Metingen (isolatieweerstand, beschermingsleiding, lekstroom) en / of beproevingen
  • Controle van veiligheidsfuncties zoals noodstopschakelaars en aanrijbeveiligingen

Resultaten van de inspectie worden vastgelegd in een rapportage en de gekeurde middelen worden voorzien van een inspectiestikker.

Inspecties of keuringen van elektrische arbeidsmiddelen worden uitgevoerd door Voldoende Onderrichte Personen gebruik makende van apparatentesters.

Deze personen behoeven geen specifieke elektrotechnische opleiding te hebben echter dienen wel deskundig te zijn in het inspecteren van elektrische apparaten (waarbij zij ook kennis dienen te hebben van de niet-elektrische eisen van de apparatuur; denk bijvoorbeeld aan afschermingen). In veel gevallen zullen eigen medewerkers deze keuringen uitvoeren na het volgen van een training keurmeester.



Beleid en Procedures

»

Het bepalen van uw beleid

Een veilige bedrijfsvoering start met het bepalen van grenzen en het vaststellen van een beleid.

Bedrijfsvoering omvat het gebruik van elektrische installaties en elektrische arbeidsmiddelen bij de arbeid, het onderhoud, de inspectie, het beheer en het werken aan of nabij elektrische installaties. Al deze onderwerpen worden dan ook onderdeel van een beleid.

Vragen die worden gesteld bij het opstellen van een beleid zijn onder andere:

  • Welke installaties en arbeidsmiddelen zijn in beheer bij de organisatie?
  • Welke werkzaamheden voert de organisatie zelf uit of laat de organisatie uitvoeren door derden?
  • Wie is verantwoordelijk voor de “hardware” (de techniek)?
  • Wie is verantwoordelijk voor de “software” (de uitvoerenden)?
  • Zijn er werkzaamheden of handeligen waar speciale werkprocedures voor nodig zijn?

Elke elektrische installatie moet onder verantwoordelijkheid van één persoon worden geplaatst, de Installatieverantwoordelijke (IV). Alle werkzaamheden aan de elektrische installatie behoren tot de verantwoordelijkheid van de Werkverantwoordelijke (WV). De IV en WV zorgen gezamenlijk voor de voorwaarden om een veilige bedrijfsvoering te kunnen voeren.

Handboek NEN 3140

Het beleid kan worden omschreven in een handboek, protocol of een aantal procedures.

De vorm van dit handboek is niet vast omschreven; er zijn organisatie die heel beknopt enkele basisprocedures opnemen in een ISO kwaliteitssysteem maar er zijn ook organisaties die er voor kiezen om hun specifieke implementatie van de NEN 3140 in een losstaand document vast te leggen. Om foute keuzes te voorkomen is onafhankelijke ondersteuning een goed idee.

Uitgangspunt van de vorm van vastlegging moet de vraag zijn; gaan we het in de praktijk toepassen? Een niet helemaal volledig protocol van twee A4-tjes waar iedereen mee uit de voeten kan is misschien wel te prefereren ten opzicht van een document van 100 pagina's waar namen in staan van personen die al vijf jaar met pensioen zijn..

Onderstaande onderwerpen moeten zeker worden opgenomen in het handboek:

  • Het toepassingsgebied (installaties, arbeidsmiddelen, werkzaamheden).
  • De verantwoordelijke personen (installatie- & werkverantwoordelijke).
  • Protocol inspectie van installaties, machines)en arbeidsmiddelen (wat wel/niet, hoe en hoe vaak).
  • Protocol instructie van personen (wie, hoe en hoe vaak).

Andere onderwerpen die vaak worden opgenomen in het handboek zijn:

  • Het inkoopbeleid rondom arbeidsmiddelen (vaak per afdeling; bijvoorbeeld kantoor, uitvoer, werkplaats).
  • Afspraken wat betreft tekeningenwerk en andere documentatie van installaties en machines.
  • Afspraken wat betreft de minimale eisen aan installaties.
  • Specifieke (werk-) procedures voor bepaalde handelingen (o.a. bij als VOP aangewezen productiemedewerkers in fabrieken).
  • Informatie over 1000V gereedschap en meetmiddelen.
  • Een protocol voor toezicht op installaties, arbeidsmiddelen, werkzaamheden en medewerkers.
  • Afspraken over het werken met buitenfirma's, tijdelijk personeel en inleners.
Voorbeeld van een procedure.
Procedure

Werk- & onderhoudsprocedures

Vanuit de NEN 3140 is voor, onder andere, het werken onder spanning een werkmethode voorgeschreven. In deze methode staan eisen aan personeel, persoonlijke beschermingsmiddelen, gereedschap etc.

Bij veel organisaties worden echter ook met regelmaat andere handelingen uitgevoerd. Vaak ook door niet elektrotechnisch onderlegde personen met alleen een beperkte instructie. Denk bijvoorbeeld aan een operator die meerdere malen per week een thermische beveiliging op een productielijn reset. Of een mechanische monteur die metingen in een complexe machine uitvoert..

Voor deze terugkomende werkzaamheden die niet standaard in de norm staan dienen onderhoudsprocedures te worden opgenomen in de bedrijfsdocumentatie (handboek, protocol etc.).

Bij het opstellen van deze procedures is het belangrijk om rekening te houden met de personen die de werkzaamheden uit gaan voeren: een operator zonder elektrotechnische achtergrond zal meer uitleg nodig hebben dan een opgeleide elektromonteur..

Het opstellen van een procedure vereist inzicht in de organisatie en personen; is het nodig om een heel proces te beschrijven in dertig stappen? Of is het genoeg om een simpel flowschema (zie de afbeelding) te maken? Belangrijk is dat de in de procedures beschreven handelwijzen worden gedragen door de aangewezen personen: hier komt instructie bij kijken.

 

Inhoud van de aanwijsbrief en voorbeeld aanwijsbrief

Inhoud van de aanwijsbrief

Alle personen, met uitzondering van leken, behoren schriftelijk te worden aangewezen.

Het is hierbij noodzakelijk dat zowel de persoon die aanwijst als de persoon die wordt aangewezen ervan overtuigd zijn dat aan alle voorwaarden wat betreft kennis, opleiding, middelen etc. is voldaan.

Een aanwijsbrief bevat minimaal

  • Naam, geboortedatum, functie en handtekening van de aan te wijzen persoon.
  • Ingangsdatum van de aanwijzing. Hierbij is de geldigheidsduur optioneel maar een goede werkwijze is om deze aan de instructie interval te verbinden.
  • Het soort aanwijzing (IV, WV, VP, VOP).
  • Een beschrijving van de installaties, ruimten en werkzaamheden waarvoor de aanwijzing geldig is.
  • Een beschrijving van de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de aanwijzing.
  • Een beschrijving van de voor de persoon beschikbare gereedschappen, hulpmiddelen en PBM.
  • Plaats en datum van de aanwijzing.
  • Naam, functie en handtekening van de persoon die aanwijst.

Aanwijsbrief Vakbekwaam Persoon

Onderstaande aanwijsbrief is een algemeen toepasbare aanwijsbrief voor het aanwijzen van personen als Vakbekwaam Persoon.

Deze aanwijsbrief kan als basis dienen voor een specifieke implementatie binnen uw organisatie. Hierbij is het belangrijk dat de aanwijsbrief is gericht op de feitelijke situatie, de persoon onderricht heeft ontvangen en de werkzaamheden in procedures zijn beschreven.

Aanwijzing volgens NEN 3140 bepaling 4.2.101

Naam:

Functie:

Geboortedatum:

Is met ingang van DAG MAAND JAAR door ondergetekende aangewezen als

Vakbekwaam Persoon (VP)

in het kader van de NEN 3140:2011 + A1:2015.

Deze aanwijzing is geldig tot uiterlijk DAG MAAND JAAR.

Deze aanwijzing is geldig voor de volgende elektrische installaties:

  • Naam / locatie installatie

Deze aanwijzing is geldig voor:

  • Het uitvoeren van elektrotechnische werkzaamheden zoals beproeven en meten, repareren, vervangen, aanpassen, uitbreiden en installeren;
  • Het, na toestemming van de IV/WV, schakelen in deze installaties.
  • BEDRIJFSSPECIFIEKE AFSPRAKEN
  • …………………………………………………………………………………..

Deze aanwijzing geldt niet voor:

  • BEDRIJFSSPECIFIEKE UITSLUITINGEN
  • …………………………………………………………………………………..

De aangewezene verklaart:

  • Instructie te hebben ontvangen over het veilig werken aan elektrische installaties conform de NEN 3140;
  • Specifiek instructie te hebben ontvangen over het werken onder spanning;
  • Een “cursusboek NEN 3140” te hebben ontvangen;
  • Op de hoogte te zijn met de binnen de organisatie geldende procedures met betrekking tot het werken aan elektrische installaties;
  • …………………………………………………………………………………..

De werkverantwoordelijke verklaart dat de aangewezene de beschikking heeft over:

  • de gereedschappen, hulpmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van bovenstaande werkzaamheden.

 

Plaats: LOCATIE

Datum: DAG MAAND JAAR

 

 

NAAM AANWIJZER                                                                       NAAM AAN TE WIJZEN PERSOON



Wetgeving

»

Arbeidsomstandighedenwet

Normen zoals de NEN 3140 zijn geen wetten, maar "best practices" die er voor zorgen dat niet iedereen het wiel opnieuw hoeft uit te vinden. De NEN 3140 geeft een goede invulling aan de eis van een veilige werkomgeving zoals te vinden in de Arbeidsomstandighedenwet.

Artikel 3.4. Elektrische installaties

  1. Elektrische installaties zijn zodanig ontworpen, ingericht, aangelegd, onderhouden en gekenmerkt, dat een veilig gebruik van elektriciteit zo goed mogelijk is gewaarborgd. Hiertoe zijn de nodige voorzieningen en beschermingsmaatregelen aangebracht. Daarbij is rekening gehouden met bijzondere eisen die kunnen voortkomen uit de wijze van het gebruik, de gebruiksomstandigheden, de te verwachten uitwendige invloeden en onderhoudswerkzaamheden.
  2. In een elektrische installatie zijn doeltreffende maatregelen genomen tegen het gevaar van brand, ontploffing, directe en indirecte aanraking en te dichte nadering.
  3. Van iedere elektrische installatie zijn duidelijke, steeds bijgewerkte schema’s beschikbaar alsmede alle overige gegevens die nodig zijn voor een veilig gebruik van de elektrische installatie.
  4. Het derde lid is niet van toepassing op elektrische installaties voor laagspanning van beperkte omvang.

Artikel 3.5. Elektrotechnische, bedienings- en andere werkzaamheden aan of nabij een elektrische installatie

  1. Elektrotechnische werkzaamheden en bedieningswerkzaamheden die gevaren kunnen opleveren, worden door deskundige, voldoend onderrichte en daartoe bevoegde werknemers uitgevoerd.
  2. Een ruimte waarin zich een elektrische installatie voor hoogspanning bevindt waarvan de delen niet of onvoldoende zijn beschermd tegen direkte of indirekte aanraking dan wel te dichte nadering, wordt slechts betreden in aanwezigheid van een tweede daartoe bevoegd persoon.
  3. Werkzaamheden aan of in de nabijheid van een elektrische installatie worden slechts uitgevoerd, indien de installatie of het gedeelte waaraan of in de nabijheid waarvan wordt gewerkt, spanningsloos is.
  4. De daartoe bevoegde werknemer neemt doeltreffende maatregelen om een veilig verloop van de werkzaamheden te waarborgen.
  5. Het derde lid is niet van toepassing op werkzaamheden die worden verricht aan of in de nabijheid van een elektrische laagspanningsinstallatie, indien:
       a. de dringende noodzaak van het onder spanning uitvoeren van die werkzaamheden is aangetoond;
       b. tot het uitvoeren van die werkzaamheden door de daartoe bevoegde werknemer uitdrukkelijk opdracht is gegeven, en
       c. de installatie tevens geschikt is voor het onder spanning uitvoeren van die werkzaamheden en door de daartoe bevoegde werknemer doeltreffende maatregelen zijn genomen om de aan die werkzaamheden verbonden gevaren te voorkomen.
  6. Het derde lid is niet van toepassing op werkzaamheden die worden uitgevoerd aan of in de nabijheid van een elektrische installatie voor hoogspanning, bestaande uit:
       a. het nemen en opheffen van veiligheidsmaatregelen, waaronder begrepen het met geschikt materieel knippen of schieten van kabels;
       b. het uitvoeren van metingen en beproevingen, of
       c. het reinigen van elektrisch materieel.
  7. Werkzaamheden bestaande uit het reinigen van elektrisch materieel in een elektrische installatie voor hoogspanning als bedoeld in het zesde lid, onder c, worden slechts uitgevoerd, indien:
       a. tot het uitvoeren van die werkzaamheden door de daartoe bevoegde werknemer uitdrukkelijk opdracht is gegeven;
       b. gebruik wordt gemaakt van de voor deze werkzaamheden geschikte arbeidsmiddelen, reinigingsmiddelen en PBM, en
       c. de werknemers zich met de arbeidsmiddelen waarmee zij fysiek in contact staan, niet behoeven te begeven in de gevarenzone van de installatie of delen daarvan die onder spanning staan.

Bovenstaande teksten zijn overgenomen op 18 juli 2016. Zie voor de laatste versie wetten.overheid.nl.

Burgerlijk Wetboek en verzekeraars

Naast de hier genoemde artikelen uit de arbowetgeving is ook artikel "werkgeversaansprakelijkheid" uit het Burgerlijk Wetboek (7:658 BW) van toepassing:

Burgerlijk Wetboek Boek 7 - Artikel 658 (18 juli 2016) "De werkgever is verplicht de lokalen, werktuigen en gereedschappen waarin of waarmee hij de arbeid doet verrichten, op zodanige wijze in te richten en te onderhouden alsmede voor het verrichten van de arbeid zodanige maatregelen te treffen en aanwijzingen te verstrekken als redelijkerwijs nodig is om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt"

Als laatste is de NEN 3140, en dan specifiek voor de onderdelen betreffende inspecties van elektrische installaties en arbeidsmiddelen, vaak de beste methodiek om te voldoen aan voorwaarden vanuit uw (brand-)verzekeraar.

Arbobeleidsregels en Arbocatalogi

NEN 3140 was voorheen ook genoemd in een beleidsregel op basis van artikel 3.5 van het Arbobesluit. Met het vervallen van de arbobeleidsregels is de grondslag van de verplichtende werking van de NEN 3140 echter niet vervallen.

Zowel handhavers van de overheid (inspectie SZW, voorheen Arbeidsinspectie) als verzekeraars (bijvoorbeeld bij afspraken over het werken onder spanning) houden de voorschriften uit de NEN 3140 aan bij handhaving en contractvorming. Verwijzingen naar NEN 3140 staan verder in een groot aantal Arbocatalogi.



Definities van NEN 3140

»

Op deze pagina worden enkele belangrijke begrippen uit de NEN 3140 uitgewerkt. In de norm zelf staan de volledige, originele, teksten.

Bedrijfsvoering

Het beheer noodzakelijk om de elektrische installatie en elektrische arbeidsmiddelen onder alle omstandigheden te kunnen laten werken;

inclusief alle elektrotechnische en niet-elektrotechnische werkzaamheden, zoals schakelen, regelen, bewaken en onderhoud.

Elektrische arbeidsmiddelen

Machines, gereedschappen, persoonlijke beschermingsmiddelen, apparaten, voorzieningen, hulpmiddelen die bij het gebruik een elektrotechnisch veiligheidsrisico kunnen opleveren.

Elektrische installaties

Installaties ontworpen voor de opwekking, het transport, de omzetting, de distributie en het gebruik van elektrische energie;

deze kunnen tijdelijk, permanent, plaatsgebonden en verplaatsbaar zijn;

deze kunnen ook een deel zijn van omvangrijke machines.

NEN 3140

"Bedrijfsvoering van elektrische installaties - Laagspanning". De Nederlandse norm (NEN) voor veilige bedrijfsvoering van werkzaamheden nabij, aan of met elektrische objecten in het laagspanningsgebied tot 1000 Volt wisselspanning en 1500 V gelijkspanning.

Installatieverantwoordelijke (IV)

De persoon aangewezen als zijnde direct verantwoordelijk voor de veilige bedrijfsvoering.

Werkverantwoordelijke (WV)

De persoon aangewezen als zijnde direct verantwoordelijk voor de veiligheid van werkzaamheden.

Vakbekwaam Persoon (VP)

Een persoon aangewezen en met een relevante opleiding en ervaring voor de door hem uit te voeren werkzaamheden waardoor hij in staat is gevaren veroorzaakt door elektriciteit te onderkennen en  voorkomen.

Voldoende Onderricht Persoon (VOP)

Een persoon aangewezen en voldoende geïnstrueerd voor specifieke taken, werkzaamheden en het gebruik van elektrische arbeidsmiddelen waardoor hij in staat is gevarenveroorzaakt door elektriciteit te onderkennen en  voorkomen.

Leek

Een persoon die geen installatieverantwoordelijke, werkverantwoordelijke, vakbekwaam persoon of voldoende onderricht persoon is.



 

Krijg de hulp die je nodig hebt.

Lees meer over onze technische reconditioneringsdiensten, onderhoudsservice, continuïteitsadvies en meer.

Contact »

Nieuws

Lees meer »